Spring naar inhoud

Race tegen het getij

6 januari 2019

Het was niet meer zo vroeg in de ochtend, maar het was winter en bewolkt en dus nog vrij donker in huis. Na een paar pogingen om uit bed te raken, sloop ik in alle stilte naar de kast met mijn loopspullen. Op de tast, want de rolluiken waren nog dicht, verzamelde ik alles en stapte ik voorzichtig richting badkamer. Bij elke stap luisterde ik naar het geluid dat ze voortbracht en wachtte ik op andere geluiden, een hoest, een scheet, ‘PAPA!’, of niets. Wanneer mijn stap gekraak deed weerklinken, gingen de haren op mijn armen rechtstaan. Dit had zeker iemand in huis wakker gemaakt?

Maar er werd niemand wakker. Het lange opblijven in de vakantie had voor voldoende vermoeidheid gezorgd. Zelfs het kraken van de houten trap op weg naar beneden wekte niemand. Ik besloot het lot niet uit te dagen toen bleek dat ik boven iets vergeten was en ging op pad zonder mijn muts. Drinken had ik gelukkig wel bij, al was het in de drinkbus van op de fiets. Het deksel van mijn normale drinkbus was spoorloos. Een halve marathon, dat was het minimale doel vanmorgen. De windrichting zou de route voor mij bepalen, want er veel zin in tegenwind op het strand had ik niet.

De wind bleek pal uit zee te komen. Elke route kwam in aanmerking. In mijn hoofd zette ik de eerste kilometers uit terwijl ik merkte dat de drinkbus een klein beetje lek was aan het deksel. Als dat maar zou meevallen, over zo’n afstand, dacht ik. De benen waren nog wat stroef, het tempo zat echter meteen al goed.

De vlaggen aan het Kennedyrondpunt deden mij geloven dat ik het beste richting Halve Maan en dan verder op het strand tot Post 6 kon lopen, maar eenmaal door de tunnel onder de spoorweg kreeg ik de kleine windmolen in de haven in de gaten. Deze gaf duidelijk aan dat ik zo de hele weg de wind schuin op kop zou hebben. Gelukkig zijn routes flexibel en kon ik richting Spuikom draaien, dezelfde route maar dan tegenwijzerzin. Het enige nadeel aan de richting was het getij. Het was hoogwater kort na de middag en nu zou ik pas na een uur of zo op het strand komen, terwijl ik normaal binnen een uur net van het strand af zou gaan. Zorgen voor straks, alternatieven zat.

Twintig minuten was ik al bezig toen ik rond de Spuikom liep. Ging ik voor een halve marathon? Of gewoon een uur heen lopen en daarna ongeveer een uur terug? Tot Post 6 lag de route min of meer vast, maar daarna kon ik verder richting De Vosseslag via verschillende wegen. Nog veertig minuten doorlopen, hield ik mezelf voor, en dan zien we wel waar we op dat moment uitkomen. De wind was goed voelbaar op het moment dat ik evenwijdig aan het strand liep. Gelukkig liep het grootste stuk van de route hier tussen de huizen door en bleef mijn tempo vrij hoog.

Ik liep dwars over het parcours van de cyclocross waar ik vorige week op een afsluiting en noodgedwongen omleiding naar de Zandstraat was gebotst. Enkele mountainbikers volgden de nog altijd goed zichtbare sporen van het parcours in het gras. Het getij speelde nog steeds door mijn hoofd, ik had zin om zoveel mogelijk kilometers op het zand te doen. De belasting voor mijn voeten was minder zwaar dan op asfalt of tegels. Bijna bij Post 6 rekende ik uit dat ik niet aan de halve marathon zou raken wanneer ik nu zou terugkeren. Ik had ook nog geen uur gelopen. Een paar kilometer meer dan een halve marathon vond ik niet erg, dus ging het richting De Vosseslag.

Bij De Vosseslag had ik nog maar vijfenvijftig minuten gelopen. Het ging zo vlot tot hier toe dat ik in een fractie van een seconde besliste om verder te lopen naar De Haan. Het jaar beginnen met een persoonlijk record qua afstand, dat was een goed idee. Bovendien liep de route door het bos over een onverhard pad. Goed voor mijn voeten dus. Hier en daar werd een hondje aan de leiband gelegd door een wandelaar, het bos vloog voorbij. Mijn vorige record was zesentwintig kilometer, nu moest ik daar wel over gaan. Niet veel, maar toch meer. Vooral de laatste kilometers route zouden dat uitmaken. Hier, op het verste punt, kon ik weinig anders dan naar het strand lopen en hopen dat het water nog niet te hoog stond.

De lopers die ik kruiste waren vast niet op zo’n lange training als ikzelf, bedacht ik. Ik wou het wel een klein beetje uitschreeuwen: ‘ik ben vertrokken in Oostende hoor, ik ben nog maar halfweg’. Een soort euforisch gevoel, het gevolg van de vrijgekomen endorfines, maakte zich van mij meester. Een paar foto’s op de zeedijk van De Haan om dat gevoel nog te versterken en de terugtocht was aangevat. Hoewel het getij opkwam stond er nog water in de kellen die achtergebleven waren bij het terugtrekkende tij. Ik kon dus niet bij de branding lopen, maar moest een heel stuk dichter bij de duinen en het losse zand. De skyline van Oostende was nu het doel en de weg erheen liep rechtdoor over het strand.

Het is verbazend hoeveel langer een kilometer lijkt te zijn op een rechte lijn ten opzichte van de gebruikelijke kronkelingen op paadjes en wegen. Oostende leek makkelijk meer dan tien kilometer ver, terwijl ik berekende dat het er slechts acht konden zijn. Ik zou maar met moeite over de zesentwintig kilometer heen raken op deze manier. Reden te meer om mijn andere persoonlijke record, snelste halve marathon, meer aandacht te geven en het tempo vol te houden. Het harde zand en de wind die zijdelings blies hielpen hier wat mee. Vanaf Post 6 lagen er terug golfbrekers die mijn tempo elke vierhonderd meter even vertraagden. Zonder dat het mij echt opviel was ook het opkomende tij in mijn nadeel aan het spelen. Het water dreef mij dichter naar de duinen, waardoor mijn tempo dreigde te verzanden. Het waren geen kellen meer waar ik langs liep, het was plots de branding geworden. Regelmatig spoelde een golf over het eerst nog droge zand voor mijn neus. Het was bijna middag.

Het tempo volhouden was één zaak, ik wou ook zo lang mogelijk in het zand blijven lopen. Of toch minstens tot kilometer eenentwintig. Bij Strandpost 1 werd het helemaal lastig en begon ik centimeters weg te zakken bij elke stap. Twee golfbrekers lang hield ik dat nog vol, maar op kilometer twintig en nog wat moest ik mijn meerdere erkennen in het getij en over de golfbreker afdruipen naar de dijk. De halve marathon was binnen, maar of ik het in een nieuw persoonlijk record had gedaan was afwachten. Het was kantje-boordje. Andere focus dan maar, de afstand. Minstens zevenentwintig kilometer, dus had ik elke meter nodig tussen hier en thuis. Een kleine omweg kon wel, maar ik had geen zin in rondjes draaien. De strekdam aflopen zag ik ook even niet zitten, gelet op de strakke zeewind. Rekenen had nog weinig zin want in mijn hoofd lag de route vast. Genieten van de wind in de rug door de haven en het tempo onderhouden dan maar, dacht ik.

Naar mate de eindstreep in zicht kwam en de kilometers opliepen zag ik dat het doel binnen handbereik lag. Met nog voldoende drinken op overschot kwam ik aan. Tijd voor ontbijt, of was het al lunch?

Advertenties

From → Uncategorized

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: