Skip to content

Voorbij de grens

Ik had het al heel lang erg graag een keer gedaan, maar het ontbrak mij aan tijd en motivatie om het echt eens te forceren. Tot vorige zaterdag. Ik had geen excuus meer om het niet te doen, mijn motivatie was sterker dan ooit tevoren en het weer viel ook nog eens erg goed mee. Ik begon dus goed voorbereid en van drank voorzien aan mijn allereerste halve marathon ooit.

Het plan zat goed in mijn hoofd, de route had ik niet vooraf uitgetekend. Dank zij al mijn vorige looproutes wist ik wel vrij goed waar op de route ik aan welke afstand zou zitten. Alleen het einde zou wat spannend worden, met waarschijnlijk een kilometer die ik ergens zou moeten verzamelen met wat blokjes om. Daarom hield ik al van bij het begin tot kilometer 2 bij waar ik mij bevond, zodat in geval van nood een extra kilometer in het bosje kon worden gezocht. Tot aan kilometer 10 liep dat allemaal perfect. Daarna merkte ik al gauw dat ik op twintig kilometer zou stranden. 

Op het einde van de route nog een aangepaste lus moeten uitdokteren met twee extra kilometers leek me geen goed plan, zo op enkele honderden meters van thuis. Het plan was om alle kilometers boven de zestien via de snelst mogelijke route naar huis te lopen. Tussen kilometer dertien en zestien heb ik dus wat door Bredene geslingerd, om uiteindelijk op tweehonderd meter na exact op afstand te starten aan de laatste vijf kilomter.

Helaas kon ik weinig veranderen aan de timing van de training en had ik het tij tegen zodat de afstand tussen kilometers vijf en tien niet op het strand konden worden afgelegd, maar op de dijk en door de duinen op een harde ondergrond. Het kon ook lelijk tegenvallen met de warmte van de voorbije dagen, maar de temperatuur was gelukkig wat gezakt en vanaf kilometer elf zorgde een lichte miezerige regen voor aangename afkoeling. Op een kilometer voor het einde was mijn flesje van een halve liter op. 

Kortom, een halve marathon, eenentwintig kilomter en tweehonderdvijftig meter in één uur en negenenvijftig minuten negentien seconden, met een gemiddelde hartslag van 148 en een goed gevoel in de benen. Geslaagde poging en de zin naar meer van hetzelfde is er.

Ten Miles

Ik ben geen ochtendmens. Echt niet. Ik ben de koning onder de lange slapers. Dat is al zo sinds mijn oudste herinnering. Alleen als ik een plan heb, een doel, dan kan ik perfect vroeg opstaan. ’s Avonds gaan slapen, een uur programmeren in mijn hoofd en wakker worden op dat uur. Wakker worden en meteen opstaan, kleren aan en de deur uit. Vanmorgen was ook zo’n ochtend. Wakker worden, opstaan en vertrekken. Enfin, het verliep een klein beetje anders, vermits kleine Patrijs nog vroeger wakker was. Het ging dus een beetje zoals volgt. 

Ik draai mij om en hoor een paar kleine voetjes onze richting uit komen. Een sprong, wat geduw en getrek aan de lakens en daar ligt ze, tussen ons in. Na wat draaien en keren beginnen haar voetjes de ene kant en haar hoofd de andere kant op te duwen. Veel langer houdt ze het niet vol, weet ik al. “Ik heb honger!” zegt ze. Ik kijk snel even op mijn uurwerk dat 7u45 aangeeft. Een aanvaardbaar uur om op te staan, haar van het nodige eten te voorzien en te hopen dat ze televisie blijft kijken zonder terug naar boven te lopen. Voor de zekerheid zet ik nog een fles water naast haar in de zetel. Anders gaat ze binnen de vijf minuten roepen naar haar mama: “MAMAAAA IK HEB DOOOORST!”. Eens ze volledig voorzien is van alles, trek ik mijn loopschoenen aan en vertrek ik.

Het is al warm, ik bedenk me al na een halve kilometer dat ik beter water had meegenomen. Mijn eerste deel van de route loopt gelukkig door het bos, waar ik al meteen vier kilometer afleg. Daarna zoek ik een aantal kilometer langs de kaaien, de strekdam en de zeedijk. Het is hoogtij en de zee is zo vlak als een biljarttafel, het lijkt alsof ik niet in Oostende, maar aan de Spaanse costas ben. Na tien kilometer sta ik terug in het bos en dat is maar goed ook. Dorst, iets waar ik normaal nooit last van heb, voel ik nu wel. Het is na negen uur en al behoorlijk warm. Ik twijfel nog steeds op hoeveel kilometer ik wil afklokken en ik loop kleinere lussen door het bos tot duidelijk wordt dat alles minder dan zestien kilometer zonde zou zijn.

Thuisgekomen blijkt zelfs dat ik die zestien kilometer in 1:27:05 gelopen heb, een nieuw persoonlijk record. Met een gemiddelde hartslag van 147 en de nodige twijfel tijdens het lopen over de totale afstand die ik wou halen, valt dat dus erg goed mee. Dat ik achteraf een half uur moet wachten om mij te kunnen douchen neem ik er graag bij. Eerder douchen, dat heeft geen zin want dan raak ik nooit afgedroogd door al het zweet dat blijft lopen. Klaar voor nog eens tien kilometer morgen.                                                                              

Rust

Even in de tuin gaan zitten met de tablet. 

“Papaaa ‘k heb honger”, klinkt het al meteen.

De neiging voelen om een stukje te schrijven op deze blog, in de achtergrond zachtjes de radio horen spelen via bluetooth. “BLIEP – BEEP – TRIILLLLIIIILLLL”, schreeuwt haar tablet terwijl ze één of ander spelletje aan het spelen is.

Diepe zucht.

Dan heb je eerst al een groot zwembad opgezet in de tuin, volledig gevuld met water, de glijbaan erin gezet zodat ze zou kunnen spelen als de beste. Allemaal zinloos. “Papaa, kom je mee spelen?” – en wanneer je dat niet doet, komt ze gewoon naast je zitten spelletjes spelen op de tablet. “Mag ik op jouw tablet? Die ziet er veel leuker uit hoor!”.

Ondertussen ligt het zwembad er ongebruikt, maar wel vol speelgoed gegooid, bij. De hoop om het langer dan een week te laten staan is ook meteen vervlogen, want het ligt vol gras en vieze speeltjes die ze ergens in een hoekje achterin het tuinhuis heeft teruggevonden. 

En dan besluit je om toch maar eens aan dat mailtje te beginnen dat je dringend nog moet schrijven. Want van veel rusten zal er geen sprake zijn, de rest van de dag.

Toetsenbord

Vanaf nu heb ik mijn tablet omgevormd naar kleine laptop. Een toetsenbord-met-hoesje zorgt ervoor dat ik kan typen en dat mijn scherm mooi recht blijft staan. Een toetsenbord ook waarvan de toetsen niet, zoals bij de vorige versie van €10,-, blijven haperen of drie keer ingedrukt moeten worden om een letter op het scherm te krijgen.

Wat ik eigenlijk bedoel is dat ik hoop om vanaf nu, vrijdag 16 juni 2017, opnieuw regelmatiger mijn inspiratie los te kunnen laten op deze blog. Niet meer moeten ontzien om iets getypt te krijgen, en al zeker niet meer op een vaste pc moeten gaan om dat vlot uit mijn vingers te krijgen.

Een toetsenbord vol hoop.

Addendum bij Prikkels

Naar aanleiding van mijn vorige blogpost keek ik even mijn hartslag in rust van de voorbije dagen. Opvallend is vooral dat ik al de dag voor vertrek een hogere hartslag blok te hebben. De dag na thuiskomst is alles terug normaal.

Prikkels

Ik betrap mezelf er elke keer op. Vooral wanneer ik daar ben. Het is er druk. Telkens minstens vier volwassenen en drie kinderen die continu praten, bewegen, door elkaar heen. Ik hoor mezelf niet eens meer denken. Ik sta er dan wat verloren bij.

Het is niet dat ik asociaal ben, maar ik ben toch graag gewoon alleen met mezelf. Of hoogstens met een paar mensen. Die één conversatie per keer voeren. Zonder echo’s.

Mijn hoofd gaat aan het tollen en ik trek mijn terug in een boek. Dat wordt dan gezien als asociaal, ‘in plaats van mee te doen’, in plaats van wat eigenlijk? Van de chaos om mij heen? 

Neem het mij niet kwalijk dat ik niks versta van wat er gezegd wordt. Ik hoor jullie wel, maar alles rolt door elkaar heen en wordt één onbegrijpelijke, vermoeiende brei. Ik hoor de radio spelen, een kind om aandacht zeuren, een volwassene praten over iets wat ik niet kan volgen en een ander weer over iets helemaal anders. Ik neem een boek en sluit mij af voor de buitenwereld. Een rustig verhaal, en geschiedenis van de wereld. Nu bevind ik mij op de Russische steppes, in Alexandrië of Kabul.

Verhalen over reality reeksen, buren, dichte of verre kennissen interesseert mij eigenlijk helemaal niet. Sorry. Het boeit niet. Wat mij wel boeit staat in het boek dat ik lees, of op Twitter of een andere plek. De chaos, de nutteloze verhalen over anderen hun leven, het gejengel van een kleine die mijn aandacht zoekt…

Zij is ook zo. Ze komt vaak genoeg naast mij zitten in de zetel. Even genoeg van de drukte van de nichtjes. Een tablet en een spelletje. Of gewoon dicht tegen mij aanleunen en tv staren. Zij is meer zoals ik dan ik mij had kunnen voorstellen. Het is vooral door haar gedrag te zien en te horen dat ik het herken bij mezelf.

Wij kunnen allebei niet goed tegen te veel prikkels. Je moet ons alles goed uitleggen zodat we het waarom begrijpen, anders hebben we lak aan de uitleg over hoe het moet. Geef ons geen oneindige keuzes. Stel alleen voor wat echt kan. Ik weet dat ik dingen soms verkeerd begrijp, maar beter anticiperen dan de vraag te herhalen en te benadrukken dat je echt je mening moet zeggen tegen mij en niet moet gokken op mijn correcte inschatting van je antwoord, kan ik niet.

De wietnon

De wietnon wordt, in tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, niet genoemd naar de cannabis die ze dealt, maar naar het geluid dat ze maakt.

Patiënten klagen wel eens dat de cannabis niet alleen hun ziekte geneest, maar tevens de enige manier is om het gewiet van de wietnon draaglijk te houden.

Het is ook een misvatting dat president Trump tegen cannabis is. Donald Trump wil de cannabis terug illegaal maken, niet omwille van de cannabis, maar alleen maar omwille van het geluid dat de wietnon voortbrengt.