Skip to content

Frustratie

Ik ben een fervent carpooler, maar alles komt met een prijs. De prijs voor het carpoolen is, naast het feit dat je met drie anderen elke dag een uur samen in de auto zit, ook het feit dat er altijd wel eentje is die steeds te laat komt. Zowel ’s ochtends bij het doorgaan, “Oh fuck!”, tot ’s avonds bij het naar huis rijden, “ik ben nog even bezig”. Een beetje retard heb je in elk carpoolgroepje. Pogingen om hen samen in een groep te zetten en het zonder hen te redden blijken niet haalbaar wegens de ver uiteen liggende woonplaatsen.

Ik ben zelf het type dat ’s ochtends liever tien minuten te vroeg komt, maar ’s avonds wel graag op tijd vertrekt. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de pure praktische noodzaak om thuis te zijn vooraleer mijn vrouw moet vertrekken om te gaan werken, iets wat de retard van de groep niet lijkt te begrijpen. Ik zie een zesjarige nog niet zomaar een half uur alleen thuis zitten, wachtend op mij. Dat niet iedereen staat te springen om naar huis te gaan, dat begrijp ik wel. Als je carpoolt, getuigt het echter van respect om toch een beetje op tijd te komen. Niet alleen tegenover je medereizigers, maar ook tegenover je werkgever, toch?

Enfin, ik probeer mij verder in te houden, maar ik ga toch vaker eens alleen rijden.

Advertenties

Twitteradvies

Het overkomt iedereen wel eens, je wil een uitstapje plannen maar je hebt geen idee waarheen. Dus je besluit om, na het internet te hebben afgesurft, toch maar eens de vraag te lanceren op Twitter. Je hoopt op goeie tips, leuke reacties, nuttige informatie. En dat is ook wat je krijgt, in eerste instantie toch. Maar zodra er een aantal reacties op je tweet gekomen zijn, wordt hij door het Twitter algoritme ook in andere mensen hun tijdlijn gesmeten en vervolgens krijg je trollen, flauwe plezante en politiek geïnspireerde Twitteraars die komen reageren, met elk hun eigen agenda.

Vraag je zoals ik dat deed een goeie tip voor een eetgelegenheid in centrum Gent, dan krijg je al snel de verzuurde Twitteraar achter je aan met commentaren in die zin dat je beter Gent mijdt, want dat je er niet in raakt met de auto, dat parkeren er een fortuin kost. De Twitteraar die hoopt op de self fulfilling prophecy dat het Gentse mobiliteitsplan de horeca dood doet. Blijkbaar gaat die Twitteraar er vanuit dat je het centrum inrijdt, naast een restaurantje of bistro parkeert, eet, en ophoepelt. Dat een stadsbezoek mogelijkerwijs buiten het centrum kan starten met een korte tramrit tot in hartje centrum, gaat er bij hen niet in.

Mobiliteitsplan of niet, ik probeer altijd aan de rand van een stad te parkeren. Ik heb er het geduld en de diesel niet voor over om mij ergens vast te rijden in een web van straten die ik niet ken. Als je dan een tramlijn hebt die start bij een parking op een steenworp van de snelweg, die je zonder overstappen recht in het centrum afzet, dan is dat de evidentie zelf. Niet vanaf 2017, maar al sinds 1998, het jaar dat ik mijn rijbewijs gehaald heb.

Let op, ik ben de vele Twitteraars met nuttige tips erg dankbaar. Ik weet nu waar we deze keer gaan eten, en ik heb nog talloze tips over voor een volgende gelegenheid. Maar de noodzakelijkheid van die verzuurde reacties van mensen op vier wielen stoort mij. Daar op dat moment tegenin gaan levert weinig op. Ze hebben een paardenbril op en zien alleen wat ze willen zien. Een ‘discussie’ blijkt alleen maar uit te lopen op het heen en weer tweeten van slogans. Argumenteren hoort er niet meer bij. Leefbaarheid van een stadscentrum wordt in karikatuur getrokken tot een anti horeca beleid. Mensen op vier wielen nemen de auto naar de bakker, naar de slager, naar het café. Ze trekken zich geen kloten aan van hun impact op onze planeet en vinden dat niemand hen mag verbieden om te rijden en parkeren waar zij dat willen. Het zijn conservatieve, zure mensen.

Ik ga er op Twitter niet te diep op in, als ze mijn korte initiële reactie niet lijken te snappen is dat jammer voor hen, maar het uitblijven van verdere reactie van mijn kant, zet ze hopelijk aan het denken. Al betwijfel ik dat. Mensen doen dat niet graag, zelf nadenken. Mensen doen graag na, praten graag na en denken zelden zelf na. Mensen zijn bang voor verandering en schieten anderen met nieuwe, afwijkende visies in eerste instantie altijd af. Kijk naar de ontwikkeling van de wetenschap en hoe nieuwe inzichten pas na jaren, decennia algemeen worden aanvaard. Mochten we in onze conservatieve visie blijven steken, de Aarde was nog steeds plat en we gingen elke zondag braaf naar de kerk.

Om toch op een vrolijke noot te eindigen: ja ik ga naar Gent! Ja, ik ga eten in het centrum van Gent! We hebben onze zinnen gezet op Balls & Glory voor de lunch en daarna gaan we gezellig winkelen. In het centrum! Parkeren doe ik zoals altijd bij Ikea en van daar neem ik de tram. Op de tram observeer ik de andere reizigers, de studenten, de oude mevrouwen, de eigenaars van hondjes van allerlei slag, de bewoners van Gent. Ook dat is deel van de uitstap. Misschien pen ik hier nog wel een kort verslagje van mijn uitstap neer, begin volgende week. Tot dan!

De rivier

Spannend. De rivier kronkelt en verlegt zijn bedding. Eerst merk je nog niets, alleen de rivier voelt de aankomende veranderingen.

Ze rolt en valt omlaag naar de zee, zoekend, knabbelend aan de oevers. Alleen de rivier weet waar ze heen wil, op weg naar de grote oceaan.

En tot net voor ze een nieuwe route aansnijdt, merkt niemand die aankomende verandering op. Alleen de rivier zelf.

Het is een geheim dat ze met zich meedraagt tot de doorbraak. Hier en daar lopen passanten wel eens natte voeten op voor het zover is.

Maar niemand kan vermoeden wat er te gebeuren staat. Behalve die rivier.
Op dit moment voel ik mij die rivier. En dat is best spannend.

Mare Nostrum

Het strand was vrij verlaten, op een eenzame wandelaar met hond of een loper na. Golven rolden zachtjes uit op het strand, voortgestuwd door het opkomende tij. Ze rolden telkens verder dan de vorige golf, het strand op tot bijna tegen mijn voeten. Mijn schaduw viel lang uitgestrekt voor mij op het strand, de zon stond nog slechts enkele meters boven de zee achter mij. Eén blik achterom en ik zag in één oogopslag waarom ik nooit weg wil van de zee. Het zicht, de uitgestrektheid, de rust. Adembenemend. De eenvoud van het verlaten strand met zijn geelbruine kleurtinten, de duinen met het groen van helmgras, het blauw van de zee en de lucht en bovenop dat alles de roodgele gloed van de ondergaande zon.

De rust van de omgeving is ideaal om na te denken tijdens het lopen. Kilometers lang, terwijl het zand onder mijn voeten doorschuift en de golven alle andere geluiden overstemmen. De zee is mijn klankbord. Ze zegt nooit nee, ze zegt nooit ja. De golven storten zich te pletter en klinken soms eens vrolijk, terwijl ze het volgende moment lijken te razen. De gloed van de ondergaande zon werpt lange schaduwen zodat kleine hoopjes zand lijken te veranderen in grote zandmonsters. In de zee duikt een eenzame zeehond op die het verlaten strand van op een veilige afstand verkent. Op de strekdam kijken vissers en wandelaars met evenveel nieuwsgierigheid terug.

Het opkomende tij gunt mij geen tijd om te blijven staan, de zeehond zal ongetwijfeld veilig in de zee blijven. Misschien snoept hij één van de vissers nog wel een avondmaal af. De gedachten dwalen af van de zeehond naar de toekomst. Opportuniteiten die plots mijn pad lijken te kruisen, worden concreter in mijn hoofd. Wat eerst nog een vaag idee was, krijgt vorm en ik raak er meer en meer van overtuigd dat het een weg is die ik wil inslaan. Een pad naar de toekomst waarin ik mij zal amuseren en kunnen uitleven. Een pad dat ik tot drie jaar terug helemaal niet zou gezien hebben, omdat die opportuniteiten er toen helemaal niet waren. De zee helpt mijn hoofd leeg maken en de toekomst concreter maken.

Zonder een strand, een zee, zou ik mij opgesloten voelen. Geen ruimte om mij heen, dus ook geen ruimte in mijn hoofd. Waar ook ter wereld ik zou zijn, geef mij een zee en liefst een strand. Mijn zee, mijn strand. Verlaten.

#EveryDayPhoto 0927

Het is slechts een half uurtje, ene keer in de zoveel tijd, maar het is zoveel waard. Over de middag even tot bij het strand rijden en daar een broodje opeten. Uitzicht op de uitgestrektheid, het contrast met opgesloten zitten op een kantoor kan haast niet groter worden. Even weg van de computer, het dak eraf en als het lukt ook even met de voeten in het zand. De foto is niet geheel scherp, wegens beschadiging van de telefooncamera…

#EveryDayPhoto mislukt

Het project #EveryDayPhoto is een stille dood gestorven. Niet omdat de camera van mijn telefoon geen mooie foto’s meer kan maken, dat is pas erg recent zo, maar omdat de onderwerpen erg beperkt werden. Elke dag dezelfde route, 9u aan dezelfde bureau, werkt niet erg inspirerend voor het maken van originele foto’s. Je kunt wel een paar keer hetzelfde gebouw op de foto zetten, in andere weersomstandigheden, vanuit een andere hoek,… Maar eens houdt het op. Dan heb je alle hoeken gefotografeerd, alle verhalen verteld.

En toch wil ik het nog wel eens een kans geven. Een foto, maar dan wel met een verhaal. Een foto, niet noodzakelijk elke dag, maar wel regelmatig. Inclusief verhaal, naar waarheid of puur verzonnen. Morgen zal ik mijn ogen openhouden. Kijken, en luisteren naar wat de beelden mij vertellen.

Tot morgen.

Zevenhonderd meter

Zaterdag was niet alleen voor mij de dag van de wedstrijd. Ook mijn dochter die pas zes geworden is, liep haar allereerste wedstrijd ooit. Een uurtje voor de start van de volwassenen kwamen de kinderen van zes tot negen jaar oud al eens sprinten over de zeedijk. Ze keek er heel erg naar uit, zowel naar de wedstrijd als naar het fietsen er heen en terug, het supporteren voor mij langs het parcours.

Met onze loopkleren aan fietsten we naar de start. We stalden onze fietsen vlak bij de Kursaal en haalden allebei ons startnummer op. Ze ging helemaal vooraan staan tussen jongens van negen jaar oud bij de start. Ondanks de vele camera’s – ze houdt niet altijd even veel van foto’s – bleef ze moedig de pogingen van de andere kinderen om vooraan te komen staan, afhouden. Zevenhonderd meter, dat was de afstand die ze elke dag vier keer fietste naar school en terug. Lopen kon ze dat ook wel, alleen wist ze natuurlijk niet hoe snel die oudere kinderen wel waren.

Ik keek toe vanop zo’n vijftig meter van de start, om mee te kunnen lopen eens ze mij passeerde. Ze rende de longen uit haar kleine lijfje, zo hard ze kon om mee te kunnen met de eersten. Ze staken haar voorbij en ik zag haar vertragen en boos worden omdat ze voorbijgestoken werd. Ik bleef haar aanmoedigingen toeroepen, ik probeerde haar richting de finish te schreeuwen. Hier en daar vielen kindjes over hun eigen voeten of over die van anderen, in pogingen om voorbij te steken.

De groep draaide rond het keerpunt en ze zat nog vrij goed vooraan. Ze keek, greep naar haar milt en riep dat ze niet meer kon. Gewoon volhouden schreeuwde ik, niet te snel proberen gaan. Ze leek mij te hebben begrepen en hield een iets rustiger tempo aan tot de eindmeet. Zevenhonderd meter had ze alles gegeven om te winnen, want ook al had ik haar verteld dat meedoen belangrijker was, daar was ze het niet mee eens. Dat ze niet zou winnen, begreep ze wel. Ze was trots op haar medaille die ze aan de finish kreeg en op haar startnummer. Een echte wedstrijd, stel je voor!

Daarna moest ze nog een kleine twee uur geduld oefenen tot ik arriveerde van mijn veertien kilometer, om samen terug naar huis te kunnen fietsen. De duisternis in, veel sneller dan wie met de auto was, kwamen wij thuis. De ervaring hield haar nog een paar minuten bezig voor ze in slaap viel in haar bedje. De lopers, de lichtjes, de sterren, de maan, het fietsen… Haar dromen zullen ermee gevuld geweest zijn!