Skip to content

De rivier

Spannend. De rivier kronkelt en verlegt zijn bedding. Eerst merk je nog niets, alleen de rivier voelt de aankomende veranderingen.

Ze rolt en valt omlaag naar de zee, zoekend, knabbelend aan de oevers. Alleen de rivier weet waar ze heen wil, op weg naar de grote oceaan.

En tot net voor ze een nieuwe route aansnijdt, merkt niemand die aankomende verandering op. Alleen de rivier zelf.

Het is een geheim dat ze met zich meedraagt tot de doorbraak. Hier en daar lopen passanten wel eens natte voeten op voor het zover is.

Maar niemand kan vermoeden wat er te gebeuren staat. Behalve die rivier.
Op dit moment voel ik mij die rivier. En dat is best spannend.

Advertenties

Mare Nostrum

Het strand was vrij verlaten, op een eenzame wandelaar met hond of een loper na. Golven rolden zachtjes uit op het strand, voortgestuwd door het opkomende tij. Ze rolden telkens verder dan de vorige golf, het strand op tot bijna tegen mijn voeten. Mijn schaduw viel lang uitgestrekt voor mij op het strand, de zon stond nog slechts enkele meters boven de zee achter mij. Eén blik achterom en ik zag in één oogopslag waarom ik nooit weg wil van de zee. Het zicht, de uitgestrektheid, de rust. Adembenemend. De eenvoud van het verlaten strand met zijn geelbruine kleurtinten, de duinen met het groen van helmgras, het blauw van de zee en de lucht en bovenop dat alles de roodgele gloed van de ondergaande zon.

De rust van de omgeving is ideaal om na te denken tijdens het lopen. Kilometers lang, terwijl het zand onder mijn voeten doorschuift en de golven alle andere geluiden overstemmen. De zee is mijn klankbord. Ze zegt nooit nee, ze zegt nooit ja. De golven storten zich te pletter en klinken soms eens vrolijk, terwijl ze het volgende moment lijken te razen. De gloed van de ondergaande zon werpt lange schaduwen zodat kleine hoopjes zand lijken te veranderen in grote zandmonsters. In de zee duikt een eenzame zeehond op die het verlaten strand van op een veilige afstand verkent. Op de strekdam kijken vissers en wandelaars met evenveel nieuwsgierigheid terug.

Het opkomende tij gunt mij geen tijd om te blijven staan, de zeehond zal ongetwijfeld veilig in de zee blijven. Misschien snoept hij één van de vissers nog wel een avondmaal af. De gedachten dwalen af van de zeehond naar de toekomst. Opportuniteiten die plots mijn pad lijken te kruisen, worden concreter in mijn hoofd. Wat eerst nog een vaag idee was, krijgt vorm en ik raak er meer en meer van overtuigd dat het een weg is die ik wil inslaan. Een pad naar de toekomst waarin ik mij zal amuseren en kunnen uitleven. Een pad dat ik tot drie jaar terug helemaal niet zou gezien hebben, omdat die opportuniteiten er toen helemaal niet waren. De zee helpt mijn hoofd leeg maken en de toekomst concreter maken.

Zonder een strand, een zee, zou ik mij opgesloten voelen. Geen ruimte om mij heen, dus ook geen ruimte in mijn hoofd. Waar ook ter wereld ik zou zijn, geef mij een zee en liefst een strand. Mijn zee, mijn strand. Verlaten.

#EveryDayPhoto 0927

Het is slechts een half uurtje, ene keer in de zoveel tijd, maar het is zoveel waard. Over de middag even tot bij het strand rijden en daar een broodje opeten. Uitzicht op de uitgestrektheid, het contrast met opgesloten zitten op een kantoor kan haast niet groter worden. Even weg van de computer, het dak eraf en als het lukt ook even met de voeten in het zand. De foto is niet geheel scherp, wegens beschadiging van de telefooncamera…

#EveryDayPhoto mislukt

Het project #EveryDayPhoto is een stille dood gestorven. Niet omdat de camera van mijn telefoon geen mooie foto’s meer kan maken, dat is pas erg recent zo, maar omdat de onderwerpen erg beperkt werden. Elke dag dezelfde route, 9u aan dezelfde bureau, werkt niet erg inspirerend voor het maken van originele foto’s. Je kunt wel een paar keer hetzelfde gebouw op de foto zetten, in andere weersomstandigheden, vanuit een andere hoek,… Maar eens houdt het op. Dan heb je alle hoeken gefotografeerd, alle verhalen verteld.

En toch wil ik het nog wel eens een kans geven. Een foto, maar dan wel met een verhaal. Een foto, niet noodzakelijk elke dag, maar wel regelmatig. Inclusief verhaal, naar waarheid of puur verzonnen. Morgen zal ik mijn ogen openhouden. Kijken, en luisteren naar wat de beelden mij vertellen.

Tot morgen.

Zevenhonderd meter

Zaterdag was niet alleen voor mij de dag van de wedstrijd. Ook mijn dochter die pas zes geworden is, liep haar allereerste wedstrijd ooit. Een uurtje voor de start van de volwassenen kwamen de kinderen van zes tot negen jaar oud al eens sprinten over de zeedijk. Ze keek er heel erg naar uit, zowel naar de wedstrijd als naar het fietsen er heen en terug, het supporteren voor mij langs het parcours.

Met onze loopkleren aan fietsten we naar de start. We stalden onze fietsen vlak bij de Kursaal en haalden allebei ons startnummer op. Ze ging helemaal vooraan staan tussen jongens van negen jaar oud bij de start. Ondanks de vele camera’s – ze houdt niet altijd even veel van foto’s – bleef ze moedig de pogingen van de andere kinderen om vooraan te komen staan, afhouden. Zevenhonderd meter, dat was de afstand die ze elke dag vier keer fietste naar school en terug. Lopen kon ze dat ook wel, alleen wist ze natuurlijk niet hoe snel die oudere kinderen wel waren.

Ik keek toe vanop zo’n vijftig meter van de start, om mee te kunnen lopen eens ze mij passeerde. Ze rende de longen uit haar kleine lijfje, zo hard ze kon om mee te kunnen met de eersten. Ze staken haar voorbij en ik zag haar vertragen en boos worden omdat ze voorbijgestoken werd. Ik bleef haar aanmoedigingen toeroepen, ik probeerde haar richting de finish te schreeuwen. Hier en daar vielen kindjes over hun eigen voeten of over die van anderen, in pogingen om voorbij te steken.

De groep draaide rond het keerpunt en ze zat nog vrij goed vooraan. Ze keek, greep naar haar milt en riep dat ze niet meer kon. Gewoon volhouden schreeuwde ik, niet te snel proberen gaan. Ze leek mij te hebben begrepen en hield een iets rustiger tempo aan tot de eindmeet. Zevenhonderd meter had ze alles gegeven om te winnen, want ook al had ik haar verteld dat meedoen belangrijker was, daar was ze het niet mee eens. Dat ze niet zou winnen, begreep ze wel. Ze was trots op haar medaille die ze aan de finish kreeg en op haar startnummer. Een echte wedstrijd, stel je voor!

Daarna moest ze nog een kleine twee uur geduld oefenen tot ik arriveerde van mijn veertien kilometer, om samen terug naar huis te kunnen fietsen. De duisternis in, veel sneller dan wie met de auto was, kwamen wij thuis. De ervaring hield haar nog een paar minuten bezig voor ze in slaap viel in haar bedje. De lopers, de lichtjes, de sterren, de maan, het fietsen… Haar dromen zullen ermee gevuld geweest zijn!

Ostend Night Run 2017

Het was een mooie avond aan het begin van de herfst, die zaterdag in Oostende. Heel veel lopers verzamelden op de zeedijk ter hoogte van de Kursaal voor 7, 14 of 21 kilometer. Zelf had ik gekozen voor de 14 kilometer, omdat 2 rondjes mij wel genoeg leken. Daar kwam nog bij – maar dat wist ik vooraf nog niet – dat een deel van het parcours door een ondergrondse parkeergarage, een kerk en trappen op en af in het Kursaal ging.

Voor de start koos ik gelukkig een plekje niet te ver naar achteren, want die massa lopers voorbijsteken was niet eenvoudig. Een kleine minuut na het startschot kwam ik over de startstreep en begon mijn race. Meedoen is belangrijker dan winnen, maar ik wou toch echt een redelijke tijd neerzetten. De eerste kilometer was het dus zaak om zoveel mogelijk lopers in te halen, zodat ik later niet in opstoppingen terecht zou komen. De zeedijk was redelijk breed, maar bij de strekdam werd het parcours een stuk smaller. Gelukkig zat ik daar al vrij ver vooraan, de eerste lopers waren nog maar net op het verste punt van de strekdam. Ze liepen in een gestrekt lint voor mij, in tegenstelling tot de compacte massa achter mij.

De eerste kilometer bestond uit het zoeken naar doorgangen, van links naar rechts springen op het parcours en vooral niet omkijken. De tweede kilometer was het meteen een pak rustiger en kon ik nog sneller gaan lopen om voldoende afstand te nemen van de groep achter mij. Het was een tempo dat ik niet lang zou volhouden, maar dat ging sowieso moeilijk geweest zijn vermits we voorbij kilometer twee de parkeergarage onder de Visserskaai indoken. Dat was geen prettige ervaring. Het leek alsof alle zuurstof opeens uit de lucht was verdwenen. De klim eruit was lastig, maar de buitenlucht maakte alles terug goed. Het besef dat ik hier nog een keer doorheen moest, achtervolgde me wel een beetje.

Het parcours nam een bocht richting Pier en Pol (de Sint-Pieters en Paulus kerk) en daar ging het zes trapjes omhoog, de kerk in, een korte lus en terug naar buiten, zes trapjes omlaag. Door de orgelmuziek leek het alsof we echt midden in een eredienst binnenliepen, maar niemand hield halt. Achteraf zag ik beelden van de massa achter mij die hier volledig stilstond door de versmalling van de route. Hier kon je minuten verliezen. De bevoorrading zat aan het begin van de Kapellestraat en kwam niks te vroeg. Hoewel het water in bekertjes kwam, kon ik toch een paar slokken nemen voor ik het bekertje weggooide. De vuilbak die daarvoor was bedoeld, stond helaas vlak na de bevoorrading, dus vloog mijn bekertje ergens op straat.

Ik werd ingehaald door een paar lopers en kon terug inpikken bij de turnleraar van mijn dochter. Ik had hem eerder op de strekdam voorbijgestoken, maar nu moest ik aanklampen om mee te kunnen. Door het centrum liepen we door twee winkelgalerijen en terug de zeedijk op. De aanmoedigingen voor de turnleraar kwamen van alle kanten, dus ik was dan ook verbaasd toen er opeens een collega langs het parcours opdook die mij aanmoedigde. Mijn dochter stond aan de start/finish te kijken, dus mijn doel was duidelijk om de turnleraar bij te houden. Lossen had een mentale slag veroorzaakt waardoor ik meteen een kilometer per uur trager zou zijn gaan lopen.

Even voorbij kilometer vijf werden we de Kursaal ingeleid, de trappen op, het balkon over en de trappen af aan de andere zijde. De trappen leiden eerst naar een tussenverdieping, waarna je honderdtachtig graden moet draaien om verder tot boven te komen. Ook in het afdalen was dit het geval. Een beetje te ruim in je bocht en je zat volledig verkeerd voor de volgende draai. Ik raakte elke trede aan en had terrein goed te maken eenmaal we terug buiten waren. De parkeergarage, de trappen, de moeilijkste passages lagen nu vooraan in mijn gedachten. Hier moest ik de volgende ronde serieus rekening mee gaan houden.

Gelukkig kon ik terug aansluiten en had ik iemand voor mij om de goeie weg af te tasten in de Japanse tuin, waar men sfeerverlichting (en -muziek) had voorzien. Een rookmachine deed even de grond volledig verdwijnen, gelukkig benam ze mij niet de adem. De lichtjes waren mooi, maar de ondergrond onzeker. Eenmaal uit de Japanse tuin ging dat terug beter, doorheen de Venetiaanse gaanderijen en in rechte lijn naar start/finish streep. We hielden een gestaag tempo aan en kwamen met een gemiddelde snelheid van meer dan 14 kilometer per uur (in dertig minuten dus) voorbij mijn dochter, die ook haar turnleraar herkende.

Voor mij was het eerste doel al bereikt, want ik was helemaal niet zeker dat ik dit tempo zou kunnen aanhouden. Als het een tien kilometer afstand was geweest, dan was ik er zeker van geweest dat het wel kon. Het was echter een kwestie om het nog vier kilometer verder vol te houden. Het verval in het tempo kwam er toch aan, maar niet alleen bij mij. De strekdam lag binnen bereik en daarna lag een stukje zand waarvan ik alleen maar kon hopen dat het voor mijn compagnon even lastig zou zijn als voor mij. Dat gaf hij al snel prijs met een pijnlijke zucht en op het einde van deze strook had ik zelfs een lichte voorsprong.

De trappen naar de zeedijk kelderden echter mijn tempo en ook mijn voorsprong. Er was nu een serieus gat geslagen achter ons, dus lossen zou onherroepelijk leiden tot het moeten aanhouden van een tempo in alle eenzaamheid. Geen kompas meer, geen indicatie voor de snelheid. Dat kan je gemiddelde serieus onderuit halen. Met een laatste hap frisse lucht ging het terug door de parkeergarage, iets trager dan de vorige ronde. In de kerk speelde de organist alsof de dienst nog maar pas was begonnen en na een halve douche bij de bevoorrading ging ik voorbij de verste kilometers die ik ooit in wedstrijd gelopen had.

Dit werd de test waar ik voor gevreesd had. Mijn tempo was goed volgens wat ik in gedachten had, maar elke bocht werd het een grotere uitdaging om terug op snelheid te komen, aan te klampen. Vanaf de Kapellestraat begonnen we wandelaars in te halen van de 7 kilometer. In de rechte stukken viel dat mee, maar doorheen de gebouwen en vooral in de bochten was het problematisch. De flauwe plezante langs het parcours die op de helling naar de zeedijk commentaar stond te roepen, kon eigenlijk naar de hel lopen. De trappen die volgden in de Kursaal leken geblokkeerd te worden door wandelaars en bijna was ik gelost.

Het werd er niet beter op, want in de Japanse tuin stapten ze per vijf over de volledige breedte van het pad. Het werden dan misschien al lopers die we inhaalden en op een ronde zetten, het bleven obstakels op een smal pad. De laatste rechte lijn op de zeedijk wist ik pas zeker dat ik samen met de turnleraar zou finishen in een behoorlijk goede tijd. Met 1:03:03 deed ik zelfs beter dan mijn medeloper die eerder over de startstreep gelopen was en ook beter dan de door mij geschatte 1:05:00.

De finish was verwarrend, want men kwam met sportdrank maar wou die niet uitdelen aan mij en de lopers rond mij. Er lagen alleen halve bananen klaar, maar nergens een glas water of andere drank. Gelukkig had ik anderhalve liter in mijn rugzak zitten die bij mijn ouders aan de start/finish stond. Het was een geslaagde ‘eerste keer’ voor mij, hopelijk steekt men volgend jaar een paar nieuwe verrassingen in het parcours.

Terug zestien

Op zolder bij mijn ouders vond ik mijn oude plank terug waarmee ik zomers lang in de zee speelde toen ik tiener was. Het was zo’n ‘cool’ model in flashy geel met een koord aan om rond je pols te hangen. Zo verloor ik hem nooit in de golven wanneer mijn timing verkeerd zat.

Wachten in de branding, kijkend naar de aanstormende golven. Na een tijdje zie je de golf al nog voor hij echt boven de oppervlakte komt, je ziet hem hoger worden en hoger tot op het punt dat de top de voet inhaalt en de golf breekt. De golf valt met volle kracht en je slaat jezelf door het schuim heen naar de volgende golf toe. Dieper wadend in de branding, op zoek naar het juiste plekje waar de golven net omvallen, om daar op je plank te gaan liggen wachten op de perfecte golf.

De eerste golf laat je voorbij rollen, want de tweede is beter. Het water voor de golf trekt je er dichter naartoe en het volgende moment lig je tussen het schuim, bovenop de rollende golf. Je snijdt door het water richting strand met een snelheid die de andere badgasten verbluft. Ze kijken verwonderd en bewonderend. Kinderen praten uitgelaten tegen hun mama terwijl ze naar je wijzen. Je voelt je terug zestien.

Uitgerold tot bijna op het strand, sta je recht en kijk je achter je, op zoek naar dat kleine meisje dat je aanmoedigde om de golf te nemen. Je schrikt van de afstand die je hebt afgelegd en van haar gebrek aan angst om daar alleen, tussen de golven die een kopje hoger waren dan haar, rond te drijven, lachend. Ze hangt aan haar boei en daarmee lukt het helemaal niet goed om mee te liften op een golf. Ze vindt het zo geweldig dat ze meteen haar boei wil wisselen voor de plank.

Het lukt haar een paar keer geweldig goed om lang mee te liften op een golfje, maar ze schat het omslagpunt nog niet perfect in en begint pas mee te liften met golfjes die reeds overgeslagen zijn. Ik leg mij in de boei en geniet van de golfjes, nog steeds alsof ik zestien was.